Configuratieprofielen ondertekenen

Bij Profielbeheer kunnen profielen worden ondertekend met een zelfondertekend certificaat dat u zelf hebt gegenereerd, of met een certificaat van een gevestigde vertrouwensketen. Zo wordt voorkomen dat er met profielen kan worden geknoeid voordat ze op het apparaat worden geïnstalleerd.

Configuratieprofielen ondertekenen

  1. Open het programma Server, klik op 'Profielbeheer' en selecteer 'Onderteken configuratieprofielen'.

    Er verschijnt een dialoogvenster waarin u wordt gevraagd een certificaat te selecteren of te importeren. Als u apparaatbeheer al hebt ingeschakeld, selecteert u een certificaat in de lijst.

  2. Importeer desgewenst een certificaat.

    Als u kiest voor importeren, wordt u om drie dingen gevraagd: uw private sleutel, het publieke certificaat en eventuele identiteitsloze certificaten. De identiteitsloze certificaten zijn optioneel.